|
| |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1000 |
 |
De NS-locserie 1000 is
een elektrische locomotief die tussen 1948 en 1982 werd ingezet door de
Nederlandse Spoorwegen. Het waren de eerste eigen elektrische
locomotieven van de NS.
In de jaren dertig werd
al een groot deel van het spoorwegnet in het westen en midden van het
land geëlektrificeerd. Naast het tot dan toe aangeschafte
stroomlijnmaterieel ontstond er ook behoefte aan elektrische
locomotieven. Voor de kolentreinen, goederentreinen en
lange-afstandsreizigerstreinen had men omstreeks 1940 al plannen om
elektrische locs aan te schaffen.
In 1942 werden tien
locomotieven besteld bij de Zwitserse locomotievenfabriek te Oerlikon.
Door de oorlogsomstandigheden kon deze bestelling niet geleverd worden
en dit gaf de NS de kans het ontwerp te wijzigen. De loc was nog steeds
afgeleid van het Zwitserse type Ae 4/6, maar aangepast aan de
Nederlandse omstandigheden. Deze had vier aangedreven assen en twee
loopassen.
In 1947/’48 werden de
eerste drie voor de NS gebouwde elektrische locomotieven bij SLM te
Winterthur in Zwitserland gebouwd en als 1001-1003 afgeleverd. De
1004-1010 werden in 1949 in licentie door Werkspoor te Utrecht gebouwd.
Vanaf de zomer van 1948
werden zij in dienst gesteld tussen Amsterdam en Eindhoven. Vanaf 1954
reden zij voornamelijk in de goederendienst. De locs waren aanvankelijk
olijfgroen geschilderd, later werd dit Berlijns blauw. De 1006 sneuvelde
bij een spoorwegongeval te Tilburg in 1961, waarbij ook loc 1156 aan
zijn einde kwam.
Vanaf 1975 werden zij nog
uitsluitend in het zuiden des lands ingezet. Dit omdat ze nogal
storingsgevoelig waren en NS ze daarom zo dicht mogelijk bij de
hoofdwerkplaats in Tilburg wilde houden. Ook kon zo het machinistenkorps
dat dienst deed op de 1000 kleiner worden gehouden. Na de aflevering van
de nieuwe elektrische locomotieven van de serie 1600 werden de laatste
locs van de serie 1000 in 1982, na een diensttijd van 34 jaar, buiten
dienst gesteld.
Dankzij de inspanningen
van de Stibans bleef één locomotief, de 1010, bewaard als museumloc en
staat sinds enige jaren niet-rijvaardig opgesteld in het Nederlands
Spoorwegmuseum te Utrecht. |
 |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1100 |
 |
Tijdens de wederopbouw na
de tweede wereldoorlog had NS behoefte aan een flink aantal nieuwe
locomotieven. Omdat er ook in hoog tempo werd ge-elektrificeerd lag het
voor de hand dat een groot deel van het park zou moeten bestaan uit
elocs. Nadat eerst ervaring was opgedaan met een geleende Britse eloc en
een aantal Franse elocs (serie 300, de voorloper van de 1100), zagen
uiteindelijk in grofweg de periode 1948-1956 de eloc-series 1000 (10
stuks), 1100 (60 stuks), 1200 (25 stuks) en 1300 (15 stuks) het licht.
De 1100 was grotendeels
gebaseerd op de SNCF-locomotieven van de reeks BB8100. Het grootste
verschil zat in de draaistellen en met name de wijze van motoroplegging
omdat NS met deze locs minimaal 130 km/u wilde kunnen rijden terwijl de
BB8100 ontworpen was voor maximaal 105 km/u.
De locs waren
aanvankelijk turkoois maar al vrij snel bleek deze fraaie kleur zéér
gevoelig voor vuil. De serie werd Berlijns blauw geschilderd. Denk op
onderstaande foto de NS-emblemen weg, en de originele blauwe versie van
de 1100 is daar...
De locs werden in de
gemengde dienst ingezet en waren door het hele land te vinden voor
hoofdzakelijk reizigerstreinen maar ook de lichtere goederentreinen. De
locs waren relatief simpel qua bediening en waren over het algemeen
betrouwbaar.
In de loop van de jaren werden diverse wijzigingen doorgevoerd aan de locs.
Er werd in een poging om de loopeigenschappen te verbeteren
ge-experimenteerd met de vering en de motoroplegging. Het middenfrontsein
werd aangebracht. De loc kreeg NS-vignetten op de zijwanden. De
kleurstelling werd veranderd. De grootste verandering onderging de loc eind
jaren zeventig, toen alle 1100'en een botsneus kregen om de veiligheid van
de machinist te verbeteren.
Hoewel de serie van 60
locs in de loop der jaren werd uitgedund door fatale botsingen en andere
redenen van terzijdestelling, reed het grootste deel van de serie begin
jaren negentig nog steeds en had daarmee de leeftijd van 40 jaar
bereikt. Steeds meer locs werden terzijde gesteld na het verstrijken van
de revisietermijn; het was voor NS niet meer interessant om veel te
investeren in een loc die al tien jaar over haar economische levensduur
heen is. NS begon inmiddels aan de grote verandering van
verzelfstandiging van bedrijfsonderdelen. Het reizigersbedrijf ging
verder onder de naam NSR, goederen werd NS Cargo. Bleven de 1100'en
aanvankelijk ondergebracht in de reizigersdienst, later gingen de
overgebleven locs over naar NS Cargo. Onder andere de 1122, 1142, 1144
en 1152 hebben tot begin 1999 de laatste Intercities gereden tussen Den
Haag en Venlo.
De maximum snelheid van
de locs (130 km/u) en het vermogen voldoen niet meer aan de huidige
inzeteisen voor reizigers- en goederentreinen. Om deze redenen werden de
1100'en uiteindelijk door NS Cargo terzijde gesteld, ook al omdat de
revisietermijnen bijna waren verstreken. |
 |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1200 |
 |
De NS-locserie 1200 is een elektrische locomotief
die tussen 1952 en 1998 werd ingezet door de Nederlandse Spoorwegen.
Deze NS-locomotieven zijn van een Amerikaans
ontwerp van Baldwin/Westinghouse, doch net als de 1000-en in Nederland
gebouwd. Zoals bij de andere locomotieven die in de jaren na de Tweede
Wereldoorlog werden geleverd werd hier gebruikgemaakt van een bestaand
ontwerp. De locs werden door Werkspoor te Utrecht gebouwd, maar delen
van de locs (draaistellen, elektrische installatie) werden in Amerika
gemaakt. De levering vond plaats in het kader van het Marshallplan.
De 25 locomotieven serie 1200 werden besteld in
1949 en afgeleverd in 1952-1953. Net als de andere locomotieven uit deze
periode waren zij bij aflevering turkoois geschilderd, doch de 1215-1225
werden roodbruin, de kleur die ook de nieuwe diesellocomotieven in de
jaren vijftig kregen. Vanaf 1954 werden zij Berlijns blauw en in de
jaren zeventig werden zij in de nieuwe NS-huisstijlkleuren grijs-geel
geschilderd.
In het begin van de jaren tachtig ondergingen de
1200-en een levensduurverlenging, zodat zij nog zeker tien jaar
meekonden.
Gedurende hun diensttijd bij de NS zijn er geen
locomotieven gesneuveld door ongevallen, zodat alle 25 exemplaren een
leeftijd van meer dan veertig jaar bereikten. Zij deden dienst voor
diverse treinsoorten, maar vooral voor de zwaardere reizigerstreinen.
In 1998 gingen de laatste 1200-en bij de NS
buiten dienst. De 1202 is bewaard in de collectie van het Nederlands
Spoorwegmuseum en is weer Berlijns blauw geschilderd, terwijl ook de
1201 voor museumdoeleinden bewaard is gebleven.
De 1200-en zijn altijd betrouwbare en degelijke
locomotieven geweest. Deze goede reputatie werd hoofdzakelijk bereikt
doordat er een simpele technische uitvoering van de elektrische
installatie was ontworpen zonder de gebruikelijke hoofdschakelaar. Bij
de 1200 was er een simpele, maar dikke, smeltveiligheid om de gehele
hoogspanningsinstallatie tegen te hoge stromen te beveiligen.
|
Deze
foto is afkomstig van dhr. P. Meijer (www.spoorweghistorie.nl
) |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1300 |
 |
De NS-locserie 1300 is
een serie elektrische locomotieven die tussen 1952 en 2000 werd ingezet
door de Nederlandse Spoorwegen.
Naast de 60 locomotieven
van Frans fabrikaat van de serie 1100 ontving de NS in de jaren vijftig
nog eens 16 locs uit Frankrijk van een grotere zesassige uitvoering. De
1300 komt uit dezelfde fabriek als de 1100-en en later de 1600-en en
1700-en, Alsthom te Belfort.
De locomotieven van de
serie CC 7100 werden in de jaren vijftig niet alleen voor de Franse
spoorwegen gebouwd, maar ook geëxporteerd naar zes andere landen,
waaronder Nederland. De CC 7107 werd in 1955 beroemd toen deze het
wereldsnelheidsrecord op rails vestigde met een snelheid van 331 km/h.
Pas in 1981 was de TGV nog sneller. In 1952-’53 werden er tien
exemplaren van dit succesvolle type aan de Nederlandse Spoorwegen
geleverd. Net als de 1100-en waren zij turkoois geschilderd.
De 1301 maakte in 1952
zijn eerste ritten bij de opening van de elektrische dienst op de
spoorlijnen van Zwolle naar Groningen en Leeuwarden.
Al in het eerste jaar
sneuvelde de 1303 door een spoorwegongeval in 1953 bij Weesp. Een in
aanbouw zijnde CC 7100 werd ter vervanging aan de NS geleverd met het
nummer 1311, zodat er weer tien exemplaren beschikbaar waren. Ook de
1311 raakte later betrokken bij een groot spoorwegongeval, bij Schiedam
in 1976, maar werd hersteld.
De 1312-1316 werden als
nabestelling geleverd in 1956. Vanaf de 1312 werden de locs niet meer
turkoois, doch Berlijns blauw geschilderd. Met de inmiddels geleverde
series 1100, 1200 en 1300 beschikte de NS toen over honderd moderne
elektrische locomotieven.
De 1300 was jarenlang de
sterkste loc van de NS en kon dus voor alle diensten worden ingezet,
maar reed voornamelijk (zware) goederentreinen.
Nadat de locomotieven in
1955 Berlijns blauw waren geschilderd, werden zij in de jaren zeventig
in de NS-huisstijl geel-grijs geschilderd, waarbij het grijs
overheerste. Halverwege de jaren tachtig ondergingen de 1300-en, net als
de 1200-en, een levensduurverlenging zodat ze nog konden blijven rijden
tot de komst van de 1700-en in de jaren negentig. Hierbij werden de locs
(bijna) geheel geel geschilderd.
De locs van de serie 1300
kregen na hun renovatie in de jaren tachtig in navolging van de 1600-en
allemaal een naam:
 |
1301 Dieren
|
 |
1302 Woerden
|
 |
1304 Culemborg
|
 |
1305 Alphen aan den
Rijn |
 |
1306 Brummen
|
 |
1307 Etten-Leur
|
 |
1308 Nunspeet
|
 |
1309 Susteren
|
 |
1310 Bussum
|
 |
1311 Best
|
 |
1312 Zoetermeer
|
 |
1313 Uitgeest
|
 |
1314 Hoorn
|
 |
1315 Tiel
|
 |
1316 Geldermalsen
|
In 2000 gingen de laatste 1300-en na 48 jaar buiten dienst. De 1302 en
1312 zijn bewaard in de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum,
terwijl de 1304 en 1315 voor museumdoeleinden bewaard zijn gebleven bij
de Stichting KLOK (Werkgroep 1501).
|
 |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1500 |
 |
Utrecht CS, 28 april 1973. Loc 1502, de vroegere BR 27000 "Electra". Van
deze zesassige locomotieven (class 77) werden er in 1954 zeven gebouwd
voor de dienst op de lijn Manchester-Sheffield/Wath.
Het
plan uit 1948 was om 27 locs te bouwen, maar inmiddels was besloten om
geen spoorlijnen meer te elektrificeren met 1500 Volt gelijkstroom. In
1968 werden de locs terzijde gesteld. In 1969 nam de NS ze over. Zes
locs werden in dienst gesteld als serie 1500. De loc op deze foto werd
NS 1505. Loc 27005 "Minerva" werd gebruikt als plukloc.
Eind
jaren '80 zijn deze treinstellen weer terug gegaan naar Engeland. |
|
LOCOMOTIEF, SERIE 1600 / 1700 / 1800 |
 |
In de jaren 80 bestelde NS een grote serie elektrische locomotieven bij
Alstom in Frankrijk. Dit is dezelfde leverancier als die van onder
andere de series 1100 en 1300, alleen heette de fabriek toen nog Alsthom.
De locs zijn afgeleid van een bij de SNCF in gebruik zijnd type. Een
opvallend verschil zijn de "konijnenhokken" die enkele jaren na de
aflevering om de tyfoons op het dak zijn geplaatst. Na de serie 1600
volgde later de serie 1700. Hiermee viel het doek voor de laatste oude
e-locs.
Vroeger werden locomotieven zowel voor de goederendienst als de
reizigersdienst gebruikt. Nu mag dat niet meer en beschikken beide
ondernemingen over eigen locomotieven. De voor de personendienst
bestemde 1600'en zijn vernummerd in de serie 1800. De 1700'en rijden
allemaal in de personendienst, deels voorzien van automatische
koppelingen voor het rijden in dubbeldekstreinen (DDM). Voor deze
treinen zijn ook motorwagens gebouwd. Deze hebben het halve
tractievermogen van een 1700.
De 1600/1800 en de 1700 zijn geschikt voor het rijden in multiple, dat
wil zeggen dat de machinist twee locs tegelijk bedient. Bij de locs
1600/1800 is dit in Nederland echter niet toegestaan, omdat dit
storingen kan opleveren in de beveiliging. Bij de locs 1700 gebeurt het
wel als twee dubbeldekstammen met elkaar zijn gekoppeld. Beide locs
rijden dan op half vermogen.
Een enkele "goederenloc", de 1637, is rood geschilderd. Later ging deze
loc weer als 1837 terug naar de reizigersdienst en heeft daar nog enige
tijd in het rood rondgereden. Maar ze is nu weer geel. Wat zou het
overkwasten van een loc eigenlijk kosten...? Loc 1634 werd in 1983 bij
een ontsporing bij Heeze vrijwel verwoest. Desondanks is de loc weer
hersteld, of beter gezegd herbouwd. De loc werd later vernummerd in
1834.
|
 |
1601 Amsterdam
1602 Schiphol
1603 Zutphen
1604 Dordrecht
1605 Breda
1606 Harderwijk
1607 Vlissingen *
1608 's-Hertogenbosch
1609 Hoofddorp
1610 Hengelo
1611 Venlo
1612 Goes
1613 Roermond
1614 Schiedam
1615 Zandvoort
1616 Oldenzaal
1617 Assen
1618 Almelo
1619 Maastricht
1620 Arnhem
1621 Deventer
1622 Haarlem
|
1705 Dalfsen
1711 Emmen
1714 Veenendaal
1719 Voorhout
1720 Beilen
1724 Anna Paulowna
1731 Purmerend
1732 Zevenbergen
1733 Boxtel
1735 Soest
1736 Gilze en Rijen
1738 Duivendrecht
1739 Dalen
1740 Baarn
1741 Putten
1743 Wolvega
1744 Wijchen
1746 Castricum
1748 't Harde
1754 Diemen
1759 Best **
1760 Holten
1768 Akkrum
1771 Abcoude
1773 Enkhuizen
1774 Gramsbergen
|
1823 Hilversum
1824 Alkmaar
1825 Sittard
1826 Meppel
1827 Gouda
1828 Apeldoorn
1829 Ede
1830 Zwolle
1831 Voorburg
1832 Nijmegen
1833 Bergen op Zoom
1834 Lelystad
1835 Enschede
1836 Heerenveen
1837 Amersfoort
1838 Groningen
1839 Leiden
1840 Steenwijk
1841 Almere
1842 Weert
1843 Heerlen
1844 Roosendaal
1845 Middelburg
1846 Leeuwarden
1847 Delft
1848 Valkenburg
1849 Oss
1850 Den Haag
1851 Tilburg
1852 Utrecht
1853 Den Helder
1854 Geleen
1855 Eindhoven
1856 Hoogenveen
1857 Rotterdam
1858 Zaandam |
 |
Copyright © 2006-2010
A. van 't Zelfde
|
|